Het harden van Stempels

Waarneer een stempel gemaakt wordt, is deze nog zacht, zodat er in gegraveerd kan worden. Op het moment dat ermee geperst moet gaan worden, is deze zachtheid een nadeel, daar het staal ingedrukt wordt door de kracht van de vele tonnen perskracht die er nodig zijn een product te persen. Daarom moet de stempel voor het persen gehard worden.

Voordat dat gedaan word dekt men hem af met boorzuurpoeder, zodat zuurstof in de lucht en vlam tijdens het harden de stempel niet verbrand.

Om een stempel te harden, word deze verhit tot een temperatuur van 960 graden Celsius. Hierdoor gaat het staal van de stempel een verbinding aan met de koolstof die zich erin bevindt. Deze verbinding zorgt ervoor dat de staalatomen zich ordenen. Hierdoor wordt het staal harder, enigste nadeel is dat als staal harder word, het ook brosser wordt.
Zou men de stempel nu weer langzaam laten afkoelen zouden de verbinden met de koolstof ook weer verdwijnen. Hierdoor wordt de stempel ook weer zacht. Daarom wordt de stempel naar het verhitten, wat tot 1 ½ uur kan duren, ondergedompeld in olie. Hierdoor koelt het staal snel genoeg af zodat hij is nieuw gewonnen structuur behoud. Hiervoor word olie gebruikt in plaats van water, omdat water te snel afkoelt, en de stempel dan kapot zou springen.
Naar het afkoelen is de stempel nu zo hard dat hij nu ook te bros is, in direct kapot zou breken als er mee geperst zou worden. Daarom wordt de stempel weer verwarmd tot 200 graden Celsius, hierdoor komt het metaal tot rust, en nemen spanningen af.
Hiernaar wordt de stempel schoongemaakt, de laatste boorzuurresten verwijdert, en kan de stempel afgewerkt worden. Dit is meestal alleen nog maar het schoonmaken, maar soms moeten de stempels hiernaar nog gepolijst worden, zodat het product dat geperst wordt “proof” is, en niet afgewerkt hoeft te worden.